Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Een nieuwe landbouw- en voedselpolitiek, waarin voedselbeleid, natuur en duurzaamheid geïntegreerd zijn, kan Europa nieuw elan geven. Ruim dertig jaar nadat de grondlegger van het Europese Landbouwbeleid, Sicco Mansholt, een alarmerende brief schreef over de negatieve gevolgen van zijn beleid, lijkt het momentum voor ingrijpende verandering aangebroken. In het afgelopen jaar leverden 2500 jonge boeren, onderzoekers, ontwerpers en beleidsmakers afkomstig uit 120 landen input voor ‘de Nieuwe Mansholt Brief.’ Staatssecretaris Martijn van Dam sloeg afgelopen vrijdag de eerste nagel in de doodskist van de huidige landbouwpolitiek. Vandaag ontvangt Nederland alle Europese landbouwministers. In deze brief richten wij ons met deze brief tot hen.

Ons voedselsysteem hapert. In Europa produceren boeren melk onder de kostprijs. In de VS beginnen stedelingen boerderijen tussen de puinhopen van de instortende metropool Detroit. De Arabische lente, nu bijzonder gewelddadig uitgelopen in Syrië, Libië en Egypte, begon als een klassieke broodopstand in Tunesië. Franse boeren trekken van demonstratie naar demonstratie en vernielden afgelopen februari op de landbouwtentoonstelling in Parijs de stands van de overheid en de onderbetalende vleesindustrie. Terwijl de agro-industrie steeds meer hi-tech en kostenefficiënt wordt wankelen de landbouwers en veetelers. In onze straten en winkels is de paradox van het huidige voedselsysteem meteen zichtbaar: voor extreem weinig geld worden dromen van groene weilanden, blakende koeien, schitterende varkens en wuivende graanvelden verkocht. Sectoren waar boeren overal in Europa knokken om hun bedrijf overeind te houden. Vergezichten die vaak niet meer  rijmen met de realiteit. Richting de kassa, in het hogere segment, worden daarentegen ambachtelijke worstjes aangeboden naast de nieuwste ‘bean to bar’ duurzame chocola en duur in de markt gezet vogelzaad als superfood. De nostalgische droom van een ongerept platteland en een bloeiende boerenstand staat tegenover een multinationale voedselsector die de dienst uitmaakt. De afstand tussen voedsel en de burger en consument is nooit groter geweest.

Sexy High-tech

Nederland – voedselproducent bij uitstek – wil en kan zich de komende tijd manifesteren als een van de voorlopers in de hi-tech voedselproductie. Deze week vergapen de Europese landbouwministers zich bij de Landbouwraad in Eindhoven onder aanvoering van Martijn van Dam aan extreem efficiënt geproduceerde paprika's en tomaten. Ze kijken onder meer naar slimme drones die tot op de druppel nauwkeurig planten laten groeien, het gebruik van data en GPS om het gebruik van gewasbescherming te minimaliseren en water efficiënt te gebruiken. Innovaties die zonder twijfel de manier waarop we in Europa voedsel produceren en consumeren drastisch gaan veranderen. Zoals ook de introductie van tractoren, kunstmest, gewasbescherming en ruilverkaveling het landbouwbestel van na de Tweede Wereldoorlog op zijn kop zette, toen de Nederlandse boer Sicco Mansholt de basis legde voor de gemeenschappelijke Europese landbouwpolitiek zoals we die nu kennen. Onder het motto 'nooit meer honger' ontwikkelde Mansholt in Nederland een landbouwbeleid dat de productiviteit van de sector moest verhogen en het welzijn van de boeren moet verbeteren. Het leidde tot een ongekende schaalvergroting van de landbouw. Het kleinschalige landschap veranderde in een efficiënt productielandschap. De eeuwenoude traditie van landinrichting en landschapsontwerp werd op het nieuwe land en in ruilverkavelingen voortgezet. De 17e eeuwse modelpolder de Beemster kreeg een naoorlogs equivalent op Walcheren en in de Noordoostpolder.  Mansholt legde de basis voor een van de meest innovatieve en productieve landbouwsectoren van de wereld. Toen Mansholt in 1958 aantrad als eerste Europese landbouwcommissaris fungeerde zijn succesvolle beleid als model voor Europa.  Zijn gemeenschappelijke landbouwbeleid werd zelfs de motor achter de Europese eenwording.

In Mansholts landbouwbeleid speelde technologie ontegenzeggelijk een essentiële rol. Maar: de rol van de boerenstand én politieke samenwerking was essentieel. In vloeiend, doch met Groningse tongval gesproken Duits, Frans en Engels bouwde Mansholt onvermoeibaar bruggen tussen Europese regeringsleiders en speelde hij hoog politiek spel als nodig. Mansholts droom was een Europa waarin de boer een fatsoenlijk inkomen verdient en de burger altijd toegang heeft tot goed en voldoende voedsel. Mansholt zag ook in dat voedselproductie, -verwerking en -handel een morele en sociale kwestie is. Hij zag voedsel als een gemeenschappelijke goed, niet als louter handel. De boeren werd een gegarandeerde prijs voor hun producten in het vooruitzicht gesteld. Mansholt investeerde hevig in voorlichting en onderwijs voor een moderne boerenstand.

Obscene Overvloed

Mansholts bestel had een keerzijde. De voedseloverschotten die in de jaren zestig ontstaan brengen

dat op een pijnlijke manier aan het licht. Schaarste is veranderd in obscene overvloed. De moderne landbouw heeft een vernietigende aanslag gepleegd op de natuur. Aan het einde van zijn carrière voorzag Mansholt de negatieve bijeffecten van zijn levenswerk. In een alarmerende brief aan de voorzitter van de Europese Commissie riep hij in 1972 op tot radicale verandering om verdere milieudegradatie, verspilling en een afnemende positie van de boer tegen te gaan. Hij ontving nooit een antwoord, en werd weggezet als ideologische hippie.

Nu, 40 jaar later, zijn een groot deel van Mansholts zorgen werkelijkheid geworden. 'Nooit meer honger' heeft geresulteerd in 'altijd goedkoop eten' – en dat komt tegen een prijs. Ook is het zwaartepunt in het bestel veranderd: niet de boeren vormen de basis van het bestel, nu zijn het inkopers en verwerkers die de dienst uitmaken en de prijzen bepalen. In sommige landen is het platteland ontzield; multinationale ondernemingen kopen grote stukken land op en vervangen de boer voor de loonwerker, vaak goedkope seizoenswerkers uit Oost-Europa of Azië. De consument ondertussen ziet die voortgaande uitholling van het platteland niet. De relatie tussen stad en platteland is verbroken. Maar wat voor gevolgen heeft het als dit systeem van overproductie en onderbetaling instort, de boerenstand verdwijnt, met potentieel honger en oorlog als gevolg? Ondertussen houden wetenschappers, opiniemakers, beleidsmakers en boerenvertegenwoordigers  zich bezig met een vruchteloze discussie over welk landbouwmodel ‘het beste’ zou zijn. Vanuit de dogmatische loopgraven wordt een schijntegenstelling gecreëerd.

Een nieuw Groot Verhaal

Dat er een omslag plaats moet vinden, is vandaag de dag wél iedereen het over eens: van boeren tot beleidsmakers, van politici tot bedrijfsleven en consumenten. De roep om een integraal, duurzaam voedselsysteem wordt steeds luider. Net als de Europese landbouwpolitiek de basis legde voor de Europese samenwerking na de Tweede Wereldoorlog, zou een geïntegreerd moreel landbouw- en voedselbeleid het haperende Europese project nu een nieuw elan kunnen geven. Een Groot Verhaal waarin hi-tech en voedselinnovaties de motor zijn achter familiebedrijven en voedselproducenten, met aandacht voor het lokale, de bodem, de natuur en het landschap en haar relatie met de stad. Een Groot Verhaal ook, waarin boeren als belangrijke maatschappelijke factor worden gezien, niet louter als producent of loonarbeider op het eigen bedrijf. Een voedselbeleid dat niet alleen economische zaken beslaat. Een voedselbeleid waarin nieuwe en 'hippe' fenomenen als urban farming, korte ketens, en slow food worden geïntegreerd en niet tegengewerkt. En ook een voedselbeleid dat verder durft te kijken dan de Europese grenzen alleen.

In de geest van Sicco Mansholt roepen wij u op dit momentum aan te grijpen en te werken aan een Europees landbouw- en voedselbeleid dat zowel schoon als eerlijk is. Een beleid waarin 1) hi-tech innovaties en vooroplopende boeren de ruimte krijgen zich te ontwikkelen en dat de rug recht houdt richting de multinationals. Een beleid waarin ook 2) volop ruimte is voor voedselproducenten die produceren, natuur en landschap beheren en de afstand tussen producent en consument kunnen verkleinen en 3) dat alle research en innovatie richt op een schone en eerlijke landbouw, klimaatcrisisbestendig, met als einddoel de gesloten biologische kringloop, echte duurzaamheid waar momenteel geen enkel model van landbouw nog een antwoord op heeft. Een beleid dat 4) tevens een eerlijke omgang met de buitenwereld verkiest boven protectionisme en voedseldumpen. Dit alles vraagt om een sterke samenwerking tussen de Europese lidstaten. Het Europa van de twintigste eeuw werd gebouwd op de landbouwpolitiek. Landbouwministers, geef het Europa van de eenentwintigste eeuw nieuw elan met het Gemeenschappelijk Duurzaam Landbouw- en Voedselbeleid.

Een Europa waarin hi-tech en voedselinnovaties de motor zijn achter familiebedrijven en voedselproducenten, met aandacht voor het lokale, de aarde, natuur en het landschap. Waarin boeren als belangrijke maatschappelijke factor worden gezien, niet louter als producent of loonarbeider op het eigen bedrijf. Een voedselbeleid dat niet alleen economische zaken beslaat. Een voedselbeleid waarin nieuwe en 'hippe' fenomenen als urban farming, korte ketens, en slow food worden geïntegreerd en niet tegengewerkt. En ook een voedselbeleid dat verder durft te kijken dan de Europese grenzen alleen.

Deze brief is ondertekend door honderden boeren, producenten, wetenschappers en anderen uit Nederland, Europa en de wereld en gericht aan de huidige bestuurders van de Europese Unie. Grijp het momentum van het Nederlandse voorzitterschap van de EU aan om in de geest van Mansholt het landbouw- en voedselbeleid een nieuwe slinger te geven. Laten we een voedselbeleid inzetten dat Europa weer nieuw elan geeft en het mooie Europa dat wij liefhebben ook behoudt: de tijd is er rijp voor.

 

Mede namens 2500 jonge boeren en voedselprofessionals uit 120 landen die in Oktober 2015 bijeenkwamen op het We Feed the Planet event in Milaan,

Guus Beumer (Directeur Het Nieuwe Instituut)

Hans Huijbers (Voorzitter ZLTO)

Jan Huijgen (Boer, filosoof, winnaar Mansholt Prijs)

Piet van Ijzendoorn (Voorzitter Vereniging BioDynamische Landbouw en Voeding)

Joris Lohman (Bestuurslid Slow Food Internationaal)

Carlo Petrini (Oprichter Slow Food International, winnaar Mansholt Prijs)

Bert van Ruitenbeek (Directeur Ecominds)

Joszi Smeets (Youth Food Movement)

Jack Stroeken (Slow Food Netherlands)

Wouter van der Weijden (Directeur CLM foundation)

 

The New Mansholt Letter was een initiatief van Het Nieuwe Instituut in samenwerking met Slow Food.